20 december 2023 · Redactie

PGS 37-1 en PGS 37-2 versie 1.0 definitief gepubliceerd

Op 20 december 2023 verschenen de definitieve versies 1.0 van PGS 37-1 (energieopslagsystemen) en PGS 37-2 (opslag). Het BOb stelde ze op 12 december 2023 vast.

Op 20 december 2023 zijn de definitieve versies 1.0 van PGS 37-1 en PGS 37-2 gepubliceerd, samen met PGS 38. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad vergunningverlening, toezicht en handhaving (BOb) stelde de richtlijnen op 12 december 2023 vast. Volgens de publicatie zijn de versies 1.0 inhoudelijk gelijk aan de definitieve concepten. Daarmee ligt er voor het eerst een vastgestelde PGS-richtlijn voor de veiligheid van lithium-ion energieopslagsystemen.

Van concept naar definitieve versie

Het concept van PGS 37-1 (versie 0.1) verscheen in februari 2022 ter commentaar. Het definitieve concept, versie 0.2, volgde in juli 2023; de PGS-stuurgroep keurde de richtlijn op 27 juli 2023 goed. Voor PGS 37-2 liep het pad van concept 0.1 (maart 2022) via 0.2 (november 2023) naar versie 1.0. De vaststelling door het BOb is de laatste stap: het BOb is opdrachtgever van de PGS-beheerorganisatie en stelt de richtlijnen vast.

PGS 37-1: energieopslagsystemen

PGS 37-1 heet voluit "Lithiumhoudende energiedragers: energieopslagsystemen (EOS)". De richtlijn geldt voor EOS'en met lithiumhoudende oplaadbare energiedragers en een totaal opgestelde capaciteit van meer dan 20 kWh, een ondergrens die aansluit bij de Amerikaanse norm NFPA 855. Het maakt niet uit of het systeem in een gebouw, in een container, op een dak of aan een gevel staat; ook verplaatsbare systemen, zoals verhuur-EOS'en, vallen eronder. Uitgezonderd zijn onder meer thuisbatterijen en andere systemen van particulieren, flowbatterijen, solid-statebatterijen en elektrische voertuigen als onderdeel van een EOS.

De richtlijn werkt volgens de systematiek van PGS Nieuwe Stijl: scenario's (S1–S20) leiden tot doelen (D1–D11), met daaraan gekoppeld de maatregelen MW1 en M2 tot en met M67. Zes 'typicals' beschrijven veelvoorkomende opstellingen, van een zelfstandige container (T1) tot een inpandig EOS in een open ruimte (T6). Over keuringen zegt de richtlijn onder meer dat er een ingebruiknamekeuring moet zijn (M31), dat het EOS minimaal jaarlijks wordt gecontroleerd door "een persoon met kennis van het betreffende EOS" (M42) en dat het noodplan minimaal elke drie jaar wordt beproefd (M65).

PGS 37-2: opslag

PGS 37-2, "Lithiumhoudende energiedragers: Opslag", gaat over de opslag van lithiumhoudende energiedragers, bijvoorbeeld accu's en apparaten in een magazijn. PGS 37-1 sluit opslag uitdrukkelijk uit en verwijst daarvoor naar PGS 37-2; een schema in PGS 37-1 zet 'gebruik' en 'opslag' naast elkaar. Let op: een EOS dat nog in opbouw is, valt volgens PGS 37-1 onder geen van beide richtlijnen.

Vastgesteld is nog niet wettelijk verplicht

Met de vaststelling door het BOb is PGS 37-1 nog niet in de rijksregels aangewezen. Volgens berichtgeving in de vakpers (augustus 2023) is aanwijzing in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) beoogd. De richtlijn maakt zelf duidelijk wat dat betekent: de implementatietermijnen voor bestaande installaties (bijlage J) gaan pas lopen op de datum waarop een versie formeel in de Omgevingsregeling wordt aangewezen. Tot die tijd kan het bevoegd gezag de termijnen als richtsnoer gebruiken in vergunningen, en gebruikt de Nederlandse Arbeidsinspectie ze als richtlijn.

De voorganger, de Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers uit 2020, was niet bindend en "kan daarom niet meer dan richtinggevend zijn".

Wat de richtlijn van u vraagt, leest u bij wat is PGS 37-1 en het toepassingsgebied. Het verschil tussen beide richtlijnen staat op verschil PGS 37-1 en PGS 37-2.

Bron: publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, nieuwsbericht over de publicatie van de definitieve versies van PGS 37-1, PGS 37-2 en PGS 38; PGS 37-1:2023 (voorwoord, §1.2 en bijlage J); Solar Magazine, 16 augustus 2023.