PGS 37-1 is de Nederlandse richtlijn voor het veilig plaatsen en gebruiken van energieopslagsystemen met lithium-ion batterijen. De volledige titel is "PGS 37-1 Lithiumhoudende energiedragers: energieopslagsystemen (EOS)", met als ondertitel "Richtlijn voor de veilige opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen". De richtlijn geldt voor systemen met een totaal opgestelde capaciteit van meer dan 20 kWh, binnen of buiten, vast opgesteld of verplaatsbaar. De actuele versie is 1.1 van april 2026, inhoudelijk gelijk aan versie 1.0 uit december 2023 (stand oktober 2026).
Waar de richtlijn over gaat
PGS 37-1 spreekt van een energieopslagsysteem (EOS). In de markt heet dat meestal een batterij-energieopslagsysteem (BESS) of energieopslagsysteem (ESS); bijlage A van de richtlijn noemt BESS als synoniem. Tot het EOS horen volgens PGS 37-1 de lithiumhoudende energiedragers, het energiemanagementsysteem (EMS), de omvormers en de trafo, plus voorzieningen zoals ventilatie, detectie, koeling, een brandbeheerssysteem en de elektrische installatie. Het batterijmanagementsysteem (BMS) is er "onlosmakelijk" onderdeel van.
Het centrale risico is thermal runaway: een ongecontroleerde temperatuurstijging in een cel, doordat er meer warmte ontstaat dan er wordt afgevoerd. Dat kan leiden tot brand of explosie, waarbij zeer giftige stoffen vrijkomen, zoals koolmonoxide, waterstof en waterstoffluoride. Meer uitleg bij thermal runaway.
Wie de richtlijn maakt
PGS staat voor Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. PGS 37-1 is opgesteld door een team met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, Brandweer Nederland en veiligheidsregio's, toezicht en handhaving, vergunningverlening en de Nederlandse Arbeidsinspectie. De PGS-stuurgroep, met daarin onder meer IPO, VNG, Brandweer Nederland, de Arbeidsinspectie, VNO-NCW en MKB-Nederland, keurde de richtlijn goed op 27 juli 2023. Het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb) stelde haar vast op 12 december 2023; publicatie volgde op 20 december 2023. Verzekeraars zaten niet in het team, schreef Avéro Achmea in 2024. Dat is een van de redenen dat verzekeraars soms aanvullende eisen stellen.
Hoe de richtlijn is opgebouwd
PGS 37-1 werkt met een risicobenadering. Twintig scenario's (S1–S20) leiden tot elf doelen (D1–D11), en daaraan zijn maatregelen gekoppeld (MW1 en M2–M67). De richtlijn onderscheidt zes standaardsituaties, de typicals, van een losse container (T1) tot een inpandig EOS in een open ruimte (T6). Alleen de normatieve delen zijn bindend: het toepassingsbereik, de hoofdstukken over wettelijk kader, doelen en maatregelen, en de bijlagen A, B en J.
De maatregelen gaan onder meer over:
- Product en ontwerp: minimale veiligheidseisen aan systeem en cellen (IEC 62933-5-2 en NEN-EN-IEC 62619) en een elektrisch ontwerp volgens NEN 1010.
- Brandwerendheid en locatie: minimaal 60 minuten brandwerendheid of voldoende afstand, en inpandig maximaal 4,8 MWh in compartimenten van maximaal 600 kWh.
- Detectie en ventilatie: gasdetectie, bij voorkeur op koolmonoxide met kruisgevoeligheid voor waterstof, en ventilatie om een explosief mengsel te voorkomen.
- Monitoring en afschakelen: continue bewaking, met een alarm aan de installatieverantwoordelijke binnen 5 minuten als de verbinding wegvalt.
- Blussen en noodplan: beveiliging tegen brandpropagatie, een bluswateraansluiting of blussysteem, en een noodplan dat minimaal elke drie jaar wordt beproefd.
- Keuring en controle: een ingebruiknamekeuring (M31) en een periodieke controle van minimaal eens per jaar (M42).
Een overzicht staat in de rubriek maatregelen.
Is PGS 37-1 verplicht?
Niet rechtstreeks. Stand oktober 2026 is PGS 37-1 niet aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of de Omgevingsregeling. Het bevoegd gezag kan de richtlijn wel opleggen via een vergunning, de zorgplicht met maatwerk of het omgevingsplan, en veel verzekeraars gebruiken haar als basis voor hun voorwaarden. Een landelijke verankering is in voorbereiding, met als beoogde datum 1 januari 2028. Zie is PGS 37-1 verplicht?
Voor wie
De richtlijn raakt bedrijven met een batterij bij zonnepanelen, agrariërs, beheerders van bedrijfspanden en laadpleinen, exploitanten van netbatterijen en verhuurders van mobiele systemen. IPLO noemt ook buurtbatterijen van bewonersverenigingen als voorbeeld. Volgens het CBS stonden er eind 2025 (voorlopig cijfer) 286 grote batterijsystemen van meer dan 1 MWh in Nederland, samen 1.575 MWh. Thuisbatterijen van particulieren vallen buiten PGS 37-1; zie thuisbatterij. Voor welke systemen de richtlijn precies geldt, leest u bij toepassingsgebied. Hoe het per sector uitpakt, staat bij PGS 37-1 per sector.