PGS 37-1 beschrijft in genummerde maatregelen hoe een lithium-ion energieopslagsysteem (EOS, in de markt vaak batterij-energieopslagsysteem of BESS genoemd) veilig wordt ontworpen, geplaatst, bewaakt en onderhouden. De maatregelen heten MW1 en M2 tot en met M67. Ze gaan over het product zelf, de locatie en afstanden, brandwerende scheidingen, gas- en branddetectie, blusvoorzieningen, ventilatie, het batterijmanagementsysteem, het noodplan, de documentatie en periodieke controles. De richtlijn geldt voor lithium-EOS'en met een totaal opgestelde capaciteit van meer dan 20 kWh (zie toepassingsgebied).
Hoe de maatregelen zijn opgebouwd
PGS 37-1 is geschreven volgens de zogeheten PGS Nieuwe Stijl. Het PGS-team heeft scenario's (S1 tot en met S20) uitgewerkt waarin het misgaat. De ongewenste gebeurtenis is steeds een thermal runaway: een cel die zichzelf ongecontroleerd opwarmt. Daaruit volgen elf doelen (D1 tot en met D11), zoals "bescherming tegen onbevoegden en sabotage", "beheersing van het laadproces" en "propagatie van thermal runaway voorkomen". Aan die doelen zijn de maatregelen gekoppeld.
Volgens de leeswijzer van de richtlijn voldoet u aan de doelen als u aan de maatregelen voldoet. Een gelijkwaardige oplossing mag ook, "voor zover de wetgeving dit toelaat". Alleen de normatieve delen zijn bindend: het toepassingsbereik, de hoofdstukken over wettelijk kader, doelen en maatregelen, en de bijlagen met begrippen, normen en implementatietermijnen.
Elke maatregel heeft een label dat de wettelijke grondslag aangeeft:
- Omgevingsveiligheid en brandpreventie: grondslag in de Omgevingswet; bij brandpreventie adviseert de veiligheidsregio.
- Arbeidsveiligheid: grondslag in de Arbowet en de Warenwet.
- Rampenbestrijding: grondslag in de Wet veiligheidsregio's.
Maatregelen met het voorvoegsel MW gelden al op grond van andere wetgeving. MW1 is de zorgplicht voor basisveiligheid: wettelijke standaardmaatregelen, bewezen goede praktijk, good housekeeping en goed vakmanschap.
Welke maatregelen gelden voor uw systeem
Niet elke maatregel geldt voor elk systeem. De richtlijn werkt met zes standaardsituaties, de typicals: een zelfstandige container (T1), een park van gekoppelde containers (T2), een park met niet-betreedbare kasten in de buitenlucht (T3), een mobiel EOS (T4), een inpandig EOS in een eigen ruimte (T5) en een inpandig EOS in een open ruimte, bijvoorbeeld voor het snelladen van heftrucks (T6). Een gecertificeerd brandbeheerssysteem is bijvoorbeeld altijd nodig bij T5, terwijl bij een container buiten afstand de brandwerendheid kan vervangen. Voor systemen die in geen enkele typical passen, en voor nieuwbouw boven 400 MWh, is maatwerk nodig.
De onderwerpen op een rij
- Risicobeoordeling: welke eigen analyses naast de PGS nodig blijven.
- Locatie en afstanden: afstanden tot perceelgrens, gebouwen en vluchtwegen.
- Brandcompartimentering: brandwerendheid en inpandige compartimenten.
- Detectie en alarmering: gasdetectie, branddetectie en monitoring.
- Blusvoorzieningen: propagatie voorkomen, bluswateraansluiting, blussysteem.
- Ventilatie en explosieveiligheid: brandbare gassen afvoeren en drukontlasting.
- Batterijmanagementsysteem: beveiligingen en automatisch afschakelen.
- Noodplan en brandweer: noodplan, bereikbaarheid en markering.
- Documentatie en logboek: registratiesysteem en bewaartermijnen.
- Onderhoud: periodieke controle en vakbekwaam personeel.
Keuringen en controles in de richtlijn
PGS 37-1 noemt onder meer een ingebruiknamekeuring (M31), een periodieke controle van minimaal eens per jaar door "een persoon met kennis van het betreffende EOS" (M42), een jaarlijkse beoordeling van een inpandig brandbeheerssysteem door een inspectie-instelling met accreditatie NEN-EN-ISO/IEC 17020 type A (M57), een herbeoordeling van het uitgangspuntendocument elke vijf jaar (M59) en het beproeven van het noodplan minimaal elke drie jaar (M65). Zie hoe vaak inspecteren.
Zijn de maatregelen verplicht?
PGS 37-1 is (stand oktober 2026) niet wettelijk aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) of de Omgevingsregeling. De maatregelen kunnen wel gelden via een vergunningvoorschrift, de zorgplicht met een maatwerkvoorschrift, het omgevingsplan of een eis tot naleving van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Daarnaast gebruiken volgens het Verbond van Verzekeraars de meeste verzekeraars PGS 37-1 als basis, vaak aangevuld met eigen eisen (zie eisen van verzekeraars). Lees meer in is PGS 37-1 verplicht?.
Het Rijk bereidt een wijzigingsbesluit voor dat PGS 37-1 als best beschikbare techniek moet verankeren; de beoogde inwerkingtreding is volgens het ministerie van IenW 1 januari 2028, maar die datum is pas zeker na publicatie. Voor bestaande systemen kent de richtlijn overgangstermijnen die per maatregel variëren van direct tot tien jaar; voor een aantal maatregelen gelden geen eisen aan bestaande systemen (bijlage J). Die termijnen gaan pas lopen zodra een versie in de Omgevingsregeling is aangewezen. Wat de maatregelen kosten, leest u bij kosten van maatregelen.