Welk onderhoud vraagt PGS 37-1 voor een batterijsysteem?

Een EOS wordt minimaal jaarlijks gecontroleerd door een persoon met kennis van het betreffende systeem (M42). Wie aan de installatie werkt, is minimaal vakbekwaam persoon volgens NEN 3140.

PGS 37-1 eist dat een energieopslagsysteem (EOS) minimaal jaarlijks periodiek wordt gecontroleerd door "een persoon met kennis van het betreffende EOS" (M42). Daarnaast gelden aparte controles voor onder meer het ventilatiesysteem, de doorvoeringen en het blussysteem. Doel D2 van de richtlijn is dat het EOS tijdens gebruik in goede staat blijft.

De jaarlijkse controle (M42)

De controle omvat, voor zover van toepassing:

  • de energiedragers en de elektrische installatie (visueel en op werking);
  • de container;
  • de klimaatinstallatie en verwarming;
  • de brandblusinstallatie;
  • omvormers en transformatoren.

De richtlijn schrijft geen certificaat of accreditatie voor deze controle voor. Zie wie mag inspecteren.

Andere periodieke controles

  • Ventilatie (M41): controle en onderhoud door een deskundige, volgens de termijnen van de fabrikant, vastgelegd in het logboek.
  • Doorvoeringen (M10): afdichtingen minimaal jaarlijks controleren.
  • Blussysteem (M57): een inpandig brandbeheerssysteem wordt jaarlijks beoordeeld door een inspectie-instelling met accreditatie NEN-EN-ISO/IEC 17020 type A.
  • Gasdetectie: volgens de informatieve bijlage G volstaat ijken in de regel eenmaal per zes maanden, afhankelijk van de leverancier.
  • Brandmeldinstallatie (M35): beheer en onderhoud volgens NEN 2654-1+C1.
  • Camera (M30): bij een defect binnen 48 uur hersteld.

Vervangen en herstellen

  • Nieuwe module (M39): vóór plaatsing controleren op uitwendige beschadigingen; een afgekeurde energiedrager geldt als defect.
  • Na een thermal runaway of brand (M37): de module zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 24 uur na stabilisatie verwijderen, veilig opslaan en afvoeren volgens bijzondere bepaling 376 van het ADR.
  • Mobiel EOS (M43): na elke plaatsing controleren op transportschade en de juiste aansluiting.

Wie mag eraan werken (M46 en M47)

Personeel dat aan de installatie werkt, is minimaal vakbekwaam persoon (VP) volgens NEN 3140, met een elektrotechnische opleiding op WEB-niveau 3 en een aanwijzingsbeleid. Toepassing van NEN 4288, de aanvulling op NEN 3140 voor batterijsystemen, wordt "sterk aanbevolen". Bij hoogspanning geldt NEN 3840. Iedereen krijgt aantoonbaar instructie over de gevaren van lithium en het interne noodplan. Zie NEN 3140.

Periodieke inspectie

PGS 37-1 schrijft geen periodieke NEN 3140-inspectie of SCIOS Scope 8 of Scope 10 voor. SCIOS heeft in mei 2026 wel besloten dat de inspectie van energieopslagsystemen een module onder Scope 10 wordt; die was op 30 oktober 2026 nog niet ingevoerd (zie ontwikkelingen bij SCIOS). Hoe vaak u laat inspecteren en waarom, leest u bij hoe vaak inspecteren. PGS 37-1 is (stand oktober 2026) niet wettelijk aangewezen; zie PGS 37-1 verplicht?.

Verwante onderwerpen