Wat eist PGS 37-1 voor ventilatie en explosieveiligheid?

Brandbare gassen uit een thermal runaway kunnen een explosief mengsel vormen. PGS 37-1 vraagt daarom ventilatie (met interlock of continu), noodventilatie bij detectie en drukontlasting (M18–M21).

Bij een thermal runaway komen brandbare gassen vrij, waaronder waterstof en koolmonoxide. In een afgesloten container of ruimte kunnen die een explosief mengsel vormen. PGS 37-1 vraagt daarom drie dingen: gassen afvoeren met ventilatie, bij gevaar overschakelen op noodventilatie, en een constructie die een explosie kan opvangen met drukontlasting.

Ventilatie (M19 en M20)

  • Betreden: een EOS mag alleen worden betreden bij een CO-niveau onder 20 ppm.
  • Capaciteit: mechanische ventilatie van minimaal zes keer de bruto-inhoud per uur met een interlock, of continu minimaal twee keer per uur. Behalve bij een inpandig EOS in een eigen ruimte (T5) mag de interlock worden vervangen door een CO-alarm aan de buitenkant van het EOS; bij T5 is de interlock dus altijd nodig.
  • Afvoer: zo hoog mogelijk, met de uitmonding op minimaal 5 meter van ramen en aanzuigopeningen.
  • Inpandig (M20): de afvoer komt minimaal 2 meter boven de hoogste daklijn uit en is gescheiden van de gebouwventilatie. Onder 100 kWh is een zogeheten gevelkachelconstructie mogelijk.

Noodventilatie (M21)

Detecteert het systeem CO of rook, dan gaat de ventilatie op maximaal vermogen om een explosief mengsel te voorkomen. Treedt een brandbeheerssysteem in werking, dan gaat de ventilatie juist uit. De brandweer moet de regeling kunnen overbruggen. De installatieverantwoordelijke laat het ventilatiesysteem controleren en onderhouden door een deskundige, volgens de termijnen van de fabrikant, en legt dat vast in het logboek (M41).

Drukontlasting (M18)

Zonder geslaagde brandpropagatietest moet een EOS een drukontlastingsvoorziening in wand of dak hebben die na een explosie verankerd blijft. Bij een bluswateraansluiting met storzkoppeling mag alleen een explosieluik in het dak zitten.

Explosieveiligheid volgens de Arbowet

Naast PGS 37-1 geldt voor werkgevers het Arbobesluit (paragraaf 2a, "Explosieve atmosferen", ook bekend als ATEX). Daarin staat de plicht om explosiegevaren te beoordelen en vast te leggen in een explosieveiligheidsdocument, met een indeling in gevarenzones. PGS 37-1 waarschuwt dat de afstanden uit dat document groter kunnen zijn dan de minimumafstanden uit de richtlijn. Zie Arbowet.

Waarom dit zo zwaar weegt

Volgens bijlage G van PGS 37-1 kan aan het begin van een thermal runaway waterstof vrijkomen "tot 20 vol%". Het NIPV heeft de explosie-effecten voor LFP- en NMC-batterijen gemodelleerd. Meer achtergrond leest u bij gassen en explosiegevaar.

Voor bestaande systemen geeft bijlage J vijf jaar voor M19 en M21, twee jaar voor M20 en tien jaar voor M18; de termijnen lopen pas na wettelijke aanwijzing (stand oktober 2026 nog niet). Zie PGS 37-1 verplicht?.

Verwante onderwerpen