Bij een thermal runaway komen brandbare en giftige gassen vrij. PGS 37-1 noemt onder meer oplosmiddelen, koolmonoxide (CO), waterstof (H₂) en waterstoffluoride (HF). Daarnaast komen koolwaterstoffen vrij. De samenstelling verschilt per batterijtype en per incident. In een afgesloten container of ruimte kunnen deze gassen een explosief mengsel vormen, ook als er nog geen vlammen zijn.
Brandbare gassen en explosie
Volgens bijlage G van PGS 37-1 kan aan het begin van een thermal runaway waterstof vrijkomen "tot 20 vol%". Waterstof, CO en koolwaterstoffen zijn brandbaar. Hopen ze zich op en komen ze in contact met een ontstekingsbron, dan kan een explosie volgen. Het NIPV heeft de explosie-effecten voor LFP- en NMC-systemen gemodelleerd in het rapport "Explosieveiligheid lithium-ion energieopslagsystemen" (november 2024).
Giftige gassen
- Koolmonoxide: de wettelijke grenswaarde voor blootstelling (8-uursgemiddelde) is 20 ppm. PGS 37-1 gebruikt CO ook als tracer om een thermal runaway vroeg op te merken.
- Waterstoffluoride: zeer giftig. In vochtige omstandigheden kunnen ontledingsproducten reageren tot onder meer fluorwaterstofzuur, zoutzuur en fosforzuur.
- Stikstofdioxide: volgens het ministerie van IenW, op basis van RIVM-onderzoek, een reden waarom de effecten bij LFP-batterijen groter kunnen zijn als het misgaat.
Bij een gifwolkscenario met HF luidt het advies volgens het NIPV-scenarioboek: binnenblijven, ramen en deuren dicht en ventilatie uit.
Hoe PGS 37-1 het explosiegevaar beperkt
- Detecteren (M32): permanente gasdetectie, bij voorkeur CO-detectie met kruisgevoeligheid voor waterstof, met alarmniveaus van 10, 20 en 120 ppm CO.
- Ventileren (M19, M20): mechanische ventilatie van minimaal zes keer de bruto-inhoud per uur met een interlock, of continu minimaal twee keer per uur, met de afvoer zo hoog mogelijk.
- Noodventilatie (M21): bij CO- of rookdetectie op maximaal vermogen om een explosief mengsel te voorkomen.
- Drukontlasting (M18): zonder geslaagde brandpropagatietest een drukontlastingsvoorziening in wand of dak.
- Niet naar binnen: een EOS alleen betreden bij een CO-niveau onder 20 ppm.
Explosieveiligheid in de Arbowet
Werkgevers moeten volgens het Arbobesluit (paragraaf 2a) explosiegevaren beoordelen en vastleggen in een explosieveiligheidsdocument. De afstanden daaruit kunnen groter zijn dan de minimumafstanden van PGS 37-1. Lees meer bij ventilatie en explosieveiligheid en detectie en alarmering. PGS 37-1 is (stand oktober 2026) niet wettelijk aangewezen; zie PGS 37-1 verplicht?.