Waarom kan een batterijsysteem opnieuw gaan branden?

Na een brand bevatten beschadigde cellen vaak nog energie en kunnen ze uren of dagen later opnieuw opwarmen. PGS 37-1 eist daarom blijvende monitoring en snelle verwijdering van aangetaste modules.

Een batterijsysteem kan na een geblust incident opnieuw gaan branden, omdat beschadigde cellen vaak nog restenergie bevatten. Ook als het systeem is afgeschakeld en de vlammen gedoofd zijn, kan een beschadigde cel uren of dagen later opnieuw opwarmen en een nieuwe thermal runaway veroorzaken. Dat heet herontsteking.

Waarom afschakelen niet genoeg is

Afschakelen koppelt de batterij los van het net, maar haalt de energie niet uit de cellen. Een cel die beschadigd is, kan intern kortsluiten en daardoor weer warmte ontwikkelen. Het NIPV wijst er in een rapport over thuisbatterijen (maart 2026) op dat uitschakelen via de meterkast "geen garantie" biedt dat de batterij spanningsloos is, en noemt 50 °C als praktische richtwaarde voor een verhoogde kans op herontsteking.

De les van Helmond

Bij de brand in een mobiel EOS op de Automotive Campus in Helmond, op 25 december 2023, werkte de brandweer door tot de middag van tweede kerstdag. Volgens het NIPV-rapport is "later die week opnieuw brand uitgebroken in hetzelfde EOS". Het incident liep tot en met 30 december 2023. Dit laat zien dat een batterijbrand niet voorbij is als de vlammen weg zijn.

Wat PGS 37-1 eist

  • Blijvend bewaken (M33, M34): de monitoring blijft na afschakelen werken totdat de installatieverantwoordelijke ter plaatse is. Een afgeschakeld EOS mag pas weer in werking als ter plekke is vastgesteld dat het veilig is.
  • Snel verwijderen (M37): een module na een thermal runaway of brand zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 24 uur nadat deze veilig en stabiel is bevonden, verwijderen. Daarna veilig opslaan en afvoeren volgens bijzondere bepaling 376 van het ADR. Voordat het EOS weer wordt ingeschakeld, wordt het getest volgens de voorschriften van de fabrikant.
  • Procedure voor beschadigde energiedragers (M4): de leverancier levert een procedure voor melden, isoleren, identificeren, opslaan en veilig afvoeren. Voor de opslag van beschadigde of afgedankte batterijen geldt PGS 37-2 (zie PGS 37-2 en opslag).
  • Nazorg in het noodplan (M64): onder meer de omgang met vrijgekomen elektrolyt en bluswater.

Restenergie bij buitengebruikstelling

Ook bij gewone buitengebruikstelling speelt restenergie. PGS 37-1 geldt tot het EOS buiten werking is gesteld: ontladen tot maximaal 30 procent en de modules losgekoppeld. Voor de periode tussen buitenwerkingstelling en afvoer moet een plan met het bevoegd gezag worden afgestemd.

Wat u als eigenaar kunt doen

Spreek vooraf met leverancier en brandweer af wie na een incident de monitoring overneemt, wie de modules verwijdert en waar ze veilig kunnen staan. Leg dat vast in het noodplan (zie noodplan en brandweer). Meer over het blussen leest u bij batterijbrand blussen. PGS 37-1 is (stand oktober 2026) niet wettelijk aangewezen; zie PGS 37-1 verplicht?.

Verwante onderwerpen