De blusstrategie van PGS 37-1 begint niet bij blussen maar bij het voorkomen van brandpropagatie: een thermal runaway in één cel mag niet overslaan naar de rest van het systeem. Pas als dat niet aantoonbaar is, eist de richtlijn een bluswateraansluiting of een gecertificeerd blussysteem.
Stap 1: propagatie voorkomen (M55)
Een energieopslagsysteem (EOS) is "bij voorkeur aantoonbaar beveiligd tegen brandpropagatie" volgens NEN-EN-IEC 62933-5-2 of UL 9540A. Voor een inpandig EOS in een eigen ruimte (T5) is dat altijd vereist. In een zeer kwetsbaar gebouw moet de beveiliging op moduleniveau liggen. Zie IEC 62619 en UL 9540A.
Stap 2: bluswateraansluiting (M56)
Voldoet het systeem niet aan M55, dan is een vaste bluswateraansluiting nodig:
- minimaal 1.000 liter per minuut;
- een storzkoppeling (nok 81) of een andere aansluiting in overleg met de veiligheidsregio, op 0,5 tot 1 meter hoogte;
- het water wordt boven de hoogste energiedrager ingebracht;
- het compartiment is bestand tegen de waterdruk en er zit een terugslagklep in.
In plaats daarvan mag een gecertificeerd blussysteem dat propagatie voorkomt. Bestaande EOS'en mogen ook een watersnijsysteem gebruiken (bijlage H), waarmee de brandweer van buitenaf water in de container brengt.
Stap 3: brandbeheerssysteem inpandig (M57)
Inpandig is een gecertificeerd brandbeheerssysteem nodig, geïnstalleerd volgens het CCV-schema "Installeren VBB-installaties". Dat geldt altijd bij T5, en bij een inpandig EOS in een open ruimte (T6) als niet aan M55 is voldaan en het systeem groter is dan 100 kWh. Een inspectie-instelling met accreditatie NEN-EN-ISO/IEC 17020 type A beoordeelt het systeem jaarlijks.
Het uitgangspuntendocument (M58–M60)
Voor het blussysteem wordt een uitgangspuntendocument (UPD) opgesteld. Een type A-instelling beoordeelt het vooraf, en het bevoegd gezag keurt het goed vóór de aanleg. Het systeem mag pas in gebruik na een initieel inspectierapport. Het UPD wordt elke vijf jaar opnieuw beoordeeld.
Aerosol en bereikbaarheid
Het NIPV concludeerde in eerder onderzoek dat de blussende werking van aerosol bij lithium-ionbranden "in het algemeen beperkt" is. Het EOS moet verder altijd bereikbaar zijn voor de brandweer, volgens hoofdstuk 4 van de "Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid" (M61). Waarom een batterijbrand zo lastig te blussen is, leest u bij batterijbrand blussen.
Voor bestaande systemen geeft bijlage J twee jaar voor M56 tot en met M60, en geen eis voor M55. Die termijnen gaan pas lopen na wettelijke aanwijzing, die er (stand oktober 2026) nog niet is; zie PGS 37-1 verplicht?.