PGS 37-1 en de rijksregels maken geen onderscheid tussen huurder en verhuurder. Een openbare regeling die de taken tussen beide verdeelt, hebben wij niet gevonden (stand oktober 2026). Uitgangspunt is wie het energieopslagsysteem (EOS) exploiteert: IPLO spreekt over "het exploiteren van een EOS", en volgens het voorgenomen wijzigingsbesluit moet de exploitant een systeem boven 20 kWh straks melden. Wie dat in een huursituatie is, hangt af van de feitelijke situatie en de afspraken. Leg die daarom vast.
Veelvoorkomende situaties
Hieronder staat hoe dat in de praktijk kan uitpakken. Dit is onze eigen inschatting, geen vastgelegde regel.
- De huurder plaatst een eigen systeem: de huurder exploiteert het EOS en is dan het eerste aanspreekpunt voor naleving, melding en onderhoud. De verhuurder heeft er belang bij, omdat het systeem in of bij zijn gebouw staat.
- De verhuurder plaatst het systeem, bijvoorbeeld als onderdeel van het gebouw: dan ligt de rol van exploitant eerder bij de verhuurder, tenzij de huurder het systeem in gebruik en beheer neemt.
- Een derde exploiteert het systeem, bijvoorbeeld een energiebedrijf of een verhuurder van mobiele systemen: maak dan duidelijke afspraken tussen alle drie.
Los daarvan heeft elke werkgever wiens personeel met of bij het systeem werkt, eigen plichten op grond van de Arbowet, zoals de RI&E. Zie Arbowet en PGS 37-1.
Let op de verzekering
Verzekeraars kijken naar het gebouw én naar de inhoud. Volgens Univé is een EOS niet standaard meeverzekerd op een inventarisverzekering. De clausule van OOM Verzekeringen geldt voor elk EOS "binnen 10 meter van of in uw bedrijfsgebouw" en vraagt schriftelijke toestemming vóór plaatsing. Een systeem van de huurder kan dus gevolgen hebben voor de opstalverzekering van de verhuurder, en omgekeerd. Informeer beide verzekeraars. Zie melden aan de verzekeraar.
Wat u vastlegt
Spreek in de huurovereenkomst of een aparte overeenkomst in elk geval af:
- wie het systeem exploiteert en meldt bij gemeente, verzekeraar en brandweer;
- wie de jaarlijkse periodieke controle (M42) laat uitvoeren en de kosten draagt;
- wie het logboek en de documentatie bijhoudt (M44) en het noodplan opstelt en beproeft (M64, M65);
- dat controleurs, inspecteurs en hulpdiensten toegang hebben;
- wat er gebeurt bij einde huur: buitenwerkingstelling en afvoer, waarvoor PGS 37-1 een plan met het bevoegd gezag vraagt.
Het NIPV richt zijn veiligheidsprincipes voor kleine systemen (3–20 kWh) uitdrukkelijk ook op woningcorporaties, verhuurders en andere vastgoedbezitters. Wie de kosten van maatregelen draagt, leest u bij wie betaalt. De algemene rolverdeling staat bij wie is verantwoordelijk.