PGS 37-1 bij laadpleinen

De accu van een elektrische auto valt buiten PGS 37-1. Een losse batterij van meer dan 20 kWh die een laadplein ondersteunt, valt er wel onder, ook als die verplaatsbaar is.

Bij een laadplein moet u onderscheid maken tussen de auto's en een eventuele losse batterij. Elektrische voertuigen die als onderdeel van een energieopslagsysteem worden gebruikt, vallen volgens PGS 37-1 buiten de richtlijn. Een apart EOS dat het laadplein ondersteunt, bijvoorbeeld een bufferbatterij voor snelladers, valt er wel onder als de totaal opgestelde capaciteit meer dan 20 kWh is. Een specifieke uitwerking voor laadpleinen hebben wij in openbare bronnen niet gevonden (stand oktober 2026); hieronder staat hoe de algemene regels uitpakken.

Wat valt buiten de richtlijn?

  • De auto zelf: elektrische motorrijtuigen en machines als onderdeel van een EOS (smart grid) zijn uitgezonderd. Wordt de tractiebatterij van voertuigen gebruikt om stroom terug te leveren, dan valt die toepassing buiten PGS 37-1 en moet het bevoegd gezag volgens de richtlijn maatwerk leveren.
  • Opslag: het opslaan van losse accu's valt niet onder PGS 37-1 maar onder PGS 37-2.

Let op het omgekeerde geval: lithiumaccu's die uit voertuigen zijn gehaald en in een stationair EOS worden hergebruikt, vallen wel onder PGS 37-1. Voor zulke hergebruikte batterijen stelt de richtlijn voorwaarden aan de producentenverantwoordelijkheid, de fabrieksparameters van de cellen en het BMS.

Een bufferbatterij bij het laadplein

Voor een losse batterij gelden de gewone PGS 37-1-maatregelen voor de gekozen opstelling, zoals een container of kast buiten of een opstelling in een gebouw. Op een laadplein zijn deze maatregelen extra relevant:

  • aanrijdbeveiliging, bijvoorbeeld een geleiderail, omdat er voertuigen rijden en manoeuvreren (M22–M24);
  • afstand tot perceelgrens, gebouwen en brandbare objecten: tussen 5 en 10 meter 30 minuten brandwerendheid, vanaf 10 meter geen eis (M50);
  • afscherming tegen onbevoegden, omdat een laadplein vaak vrij toegankelijk is (M28);
  • bereikbaarheid voor de brandweer en een noodplan (M61, M64).

Wordt een verplaatsbare batterij tijdelijk geplaatst, dan past het typical "mobiel EOS" (T4): maximaal een jaar, daarna gelden de eisen voor een vaste container, tenzij anders afgesproken met het bevoegd gezag. Zie locatie en afstanden.

Vergunning, verzekeraar en controle

PGS 37-1 is (stand oktober 2026) niet wettelijk aangewezen; de gemeente kan de richtlijn opleggen via het omgevingsplan, een maatwerkvoorschrift of een vergunning. Zie is PGS 37-1 verplicht? Informeer daarnaast de verzekeraar vóór plaatsing: de meeste verzekeraars gebruiken PGS 37-1 als basis, met eigen aanvullingen. Voor de controle vraagt de richtlijn een ingebruiknamekeuring en minstens jaarlijks een periodieke controle; lees wat er wordt geïnspecteerd.

Verwante onderwerpen