12 mei 2026 · Redactie

PGS 37-1 uitgelegd: wat moet u als bedrijf met een batterijsysteem?

Heeft uw bedrijf een lithium-batterijsysteem van meer dan 20 kWh? Dan beschrijft PGS 37-1 de maatregelen. Wat staat erin, wanneer is het verplicht en wat moet u regelen?

Heeft uw bedrijf een lithium-batterijsysteem met een totale capaciteit van meer dan 20 kWh, of bent u van plan er een te plaatsen? Dan beschrijft PGS 37-1 welke veiligheidsmaatregelen daarbij horen: van brandwerendheid en afstanden tot detectie, een noodplan en een jaarlijkse controle. De richtlijn is (stand mei 2026) nog niet in de rijksregels aangewezen, maar het bevoegd gezag kan haar verplicht stellen en verzekeraars gebruiken haar als basis. In de praktijk is het dus verstandig ernaar te werken.

Wat is PGS 37-1?

PGS 37-1 heet voluit "Lithiumhoudende energiedragers: energieopslagsystemen (EOS)". Het is een richtlijn uit de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen, vastgesteld door het Bestuurlijk Omgevingsberaad. De actuele versie is 1.1 van april 2026, inhoudelijk gelijk aan versie 1.0 van december 2023. De richtlijn spreekt van een EOS; in de markt heet dat vaak een batterij-energieopslagsysteem (BESS) of energieopslagsysteem (ESS).

Valt uw systeem eronder?

PGS 37-1 geldt voor EOS'en met lithiumhoudende oplaadbare energiedragers en een totaal opgestelde capaciteit van meer dan 20 kWh. Een paar aandachtspunten:

  • Optellen: het gaat om de totale capaciteit van de energiedragers die (in groepen) elektrisch met elkaar zijn verbonden.
  • Locatie maakt niet uit: binnen, buiten in een container, op een dak of aan een gevel, en ook mobiele systemen zoals verhuur-EOS'en.
  • Hergebruikte cellen: batterijen uit voertuigen die in een EOS worden hergebruikt, vallen er wel onder.
  • Uitgezonderd: onder meer thuisbatterijen van particulieren, flow- en solid-statebatterijen, en elektrische voertuigen als onderdeel van een EOS.
  • Opslag: batterijen die alleen liggen opgeslagen, vallen onder PGS 37-2.

Meer details staan bij het toepassingsgebied.

Wat staat erin?

PGS 37-1 werkt met een risicobenadering. Scenario's leiden tot elf doelen, zoals "geen escalatie van een calamiteit" en het voorkomen van propagatie van thermal runaway, en daaraan zijn maatregelen gekoppeld. Zes typicals beschrijven veelvoorkomende opstellingen, van een zelfstandige container (T1) tot een inpandig systeem in een open ruimte, bijvoorbeeld voor het snelladen van heftrucks (T6). De belangrijkste thema's:

  • Brandwerendheid en afstand: minimaal 60 minuten brandwerendheid tussen het EOS en de perceelgrens, andere bouwwerken of brandbare objecten (M9). Buiten kan afstand dat vervangen (M50).
  • Inpandig: een inpandig EOS heeft een capaciteit van maximaal 4,8 MWh, verdeeld over compartimenten van maximaal 600 kWh (M14).
  • Detectie en ventilatie: gasdetectie met alarmniveaus (M32), mechanische ventilatie en noodventilatie (M19–M21).
  • Bewaking en afschakelen: continue monitoring, op afstand kunnen afschakelen en een noodstop (M33–M36).
  • Brandpropagatie en blussen: bij voorkeur aantoonbaar beveiligd tegen propagatie (M55), anders een bluswateraansluiting of blussysteem (M56, M57).
  • Noodplan en bereikbaarheid: een noodplan dat minimaal elke drie jaar wordt beproefd (M64, M65).

Zie de rubriek maatregelen voor een uitwerking per onderwerp.

Welke keuringen en controles?

WatWieWanneer
Ingebruiknamekeuring (M31)geborgd via kwaliteitsmanagementsysteemvóór ingebruikname
Periodieke controle (M42)persoon met kennis van het betreffende EOSminimaal jaarlijks
Blussysteem inpandig (M57)inspectie-instelling ISO/IEC 17020 type Ajaarlijks
Afdichtingen doorvoeringen (M10)niet gespecificeerdminimaal jaarlijks
Beproeving noodplan (M65)installatieverantwoordelijkeminimaal elke 3 jaar

Personeel dat aan de installatie werkt, moet minimaal vakbekwaam persoon zijn volgens NEN 3140; toepassing van NEN 4288 wordt sterk aanbevolen (M46). Er hoort een logboek bij met onder meer tekeningen, onderhoud en keuringen (M44). Zie hoe vaak inspecteren.

Wanneer moet u eraan voldoen?

PGS 37-1 is niet aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving of de Omgevingsregeling. IPLO schrijft dat het exploiteren van een EOS "(nog) niet aangewezen" is als milieubelastende activiteit. Toch kan de richtlijn verplicht worden:

  • Via een vergunning: als het EOS functioneel hoort bij een vergunningplichtige activiteit, kan PGS 37-1 in een vergunningvoorschrift staan.
  • Via de zorgplicht: het bevoegd gezag kan PGS 37-1 zien als invulling van de zorgplicht (art. 2.11 Bal of art. 22.44 van de bruidsschat) en dat vastleggen in een maatwerkvoorschrift.
  • Via het omgevingsplan: sommige gemeenten hebben al eigen regels, zoals voorbeschermingsregels met een vergunningplicht vanaf 1 MWh.
  • Via de Arbeidsinspectie: die kan maatregelen afdwingen met een eis tot naleving (art. 27 Arbowet).

Het Rijk bereidt het Wijzigingsbesluit energieopslagsystemen voor, met een meldplicht voor systemen boven 20 kWh. De consultatie sloot op 28 april 2026; een datum van inwerkingtreding staat nog niet vast. Zie is PGS 37-1 verplicht?.

En de inspectie?

Er bestaat (stand mei 2026) geen certificatie voor een PGS 37-1-inspectie. Inspectiebedrijven bieden een EOS-inspectie aan op basis van PGS 37-1, NEN 1010 en NEN 4288. SCIOS besloot per 1 mei 2026 dat de EOS-inspectie een module onder Scope 10 wordt; die is nog niet ingevoerd. Aanbieders publiceren geen vaste prijzen voor een EOS-inspectie. De prijs hangt volgens aanbieders af van het type, het aantal en de omvang van het systeem; vraag dus meerdere offertes aan.

Zeven stappen voor uw bedrijf

  1. Bepaal de capaciteit en ga na of u boven 20 kWh uitkomt.
  2. Kies de opstelling en locatie aan de hand van de typicals en de afstandseisen.
  3. Vraag de gemeente of er een vergunning nodig is of het omgevingsplan regels stelt.
  4. Meld het bij uw verzekeraar, liefst vóór de aanschaf; veel verzekeraars stellen aanvullende eisen.
  5. Leg alles vast in een logboek, met tekeningen, handleiding en onderhoudsprotocol.
  6. Regel de keuringen: een ingebruiknamekeuring en een minimaal jaarlijkse controle.
  7. Stel een noodplan op en bespreek het met de brandweer.

Wie binnen uw organisatie verantwoordelijk is, leest u bij wie is verantwoordelijk.